Een AOV, broodfonds of spaarpotje?

Ruim 40% heeft niets geregeld bij arbeids­ongeschikt­heid blijkt uit onderzoek van CBS. Zzp’ers Mathilde en Roeland Jan zijn het erover eens dat je als zzp’er echt iets financieel moet regelen. Gelukkig zijn er allerlei financiële oplossingen. Wij zetten ze voor je op een rij. Dan kun je zelf bepalen welke oplossing het beste bij je past. Of misschien een combinatie?

1. Leg spaargeld opzij

Het is prettig om als zzp’er wat geld te sparen. Voor als je inkomen tijdelijk wegvalt. Maar ook wanneer je arbeidsongeschikt raakt kan een spaarpotje het gemiste inkomen opvangen. Dit is wel voor een bepaalde periode. Het is dus belangrijk goed na te denken hoe groot die buffer moet zijn. Hoeveel maanden wil je ermee overbruggen?

Heb je het spaarpotje nooit nodig? Dan heb je een leuk extra bedrag gespaard.

Mathilde: “Ik had een buffer opgebouwd voor 2 jaar. Maar mijn arbeidsongeschiktheid duurde 4 jaar”

2. Stap in een broodfonds van de BroodfondsMakers

Een broodfonds is een vereniging. Samen met andere zelfstandigen bouw je een buffer op. Dat werkt zo: 20 tot 50 ondernemers leggen elke maand een bedrag in. Wordt een lid ziek, dan keert een broodfonds uit met een maximale periode van 2 jaar.

Mathilde: “Een broodfonds is gebaseerd op vertrouwen”

Bij een broodfonds is het belangrijk dat iedereen elkaar kent of leert kennen. Het zijn allemaal ondernemers die elkaar ondersteunen als een van hen een inkomensprobleem krijgt door arbeidsongeschiktheid. Het moet dus eenvoudig zijn om met elkaar te overleggen en goed contact te houden. Een broodfonds komt een aantal keer per jaar bij elkaar.

Het geld dat je elke maand stort, blijft van jou. Als je uit het broodfonds stapt, krijg je dat bedrag terug. Hier worden wel de uitgekeerde bedragen aan zieke fondsgenoten vanaf getrokken.

3. Sluit een UWV-verzekering af

Kom je uit loondienst en begin je voor jezelf? Dan kun je je verzekeren bij het UWV. Doe dat wel binnen 13 weken nadat je uit dienst gaat. Als je ziek bent ontvang je vanaf de 3e ziektedag een uitkering van 70% procent van het bedrag dat je verzekerd hebt. De eerste 2 dagen zijn wachtdagen. Je krijgt de Ziektewet-uitkering maximaal 2 jaar (104 weken). Let er wel op dat UWV loonheffingskorting inhoudt op de uitkering.

Speciaal voor startende zzp’ers.

4. Sluit een AOV af bij een verzekeraar

Word je ziek? Of heb je een ongeluk gehad? Dan ontvang je via je
AOV (arbeidsongeschiktheidsverzekering) een maandelijkse uitkering. Je bent dus verzekerd van een vast inkomen als je niet kunt werken. Hoe hoog dat inkomen is, hangt af van de mate van arbeidsongeschiktheid. Volledig afgekeurd? Dan ontvang je een uitkering van het volledige bedrag waarvoor je verzekerd bent. Zelfs als je nog wel een ander beroep kunt uitoefenen. Je verzekert dus echt het inkomen van jouw specifieke beroep.

Liever word je natuurlijk niet arbeidsongeschikt. Daarom krijg je bij het afsluiten van een AOV bij Centraal Beheer ook een preventiepakket. Denk aan een algemene gezondheids- of conditietest, afvallen via Weight Watchers of advies via de Ondernemersadvieslijn.

De premie is fiscaal aftrekbaar. Ook bepaal je zelf hoe je de AOV samenstelt. Daardoor kun je spelen met het te betalen maandbedrag.

Roeland Jan: “Een AOV geeft rust, je weet dat je niet terugvalt in inkomen”

5. Maak een combinatie van verschillende oplossingen

Heb je een partner die voldoende werkt? Of wil je zeker zijn dat je lang genoeg inkomen krijgt bij arbeidsongeschiktheid? Kies dan voor een combinatie. Zo zijn er zzp’ers die deelname aan een broodfonds combineren met een AOV. Op die manier is kortdurende arbeidsongeschiktheid (tot 2 jaar) gedekt via een broodfonds. En bij een langere periode van ziekte keert de AOV uit. De kosten die je maandelijks maakt voor je AOV zijn lager als je de eigen risicoperiode afstemt op de periode waarin het broodfonds uitkeert.

Welke financiële oplossing past bij jou?
Check het zelf