Hoe geef je leiding aan een groot bedrijf?

Het traditionele leiderschap werkt niet meer. Zo ondervond ondernemer Klaas Keizer aan den lijve. Hij nam als 27-jarige jongeling zonder ondernemerservaring een bouwbedrijf over met zo’n 100 medewerkers. Hoe gaat hij om met leiderschap binnen zijn bedrijf? Die ervaring deelt hij op Even Centraal.

‘Leidinggeven, het blijft voor iedere ondernemer een uitdaging. Waar de een door zijn medewerkers naast baas ook en vooral als goede vriend wordt gezien, denkt de ander dat een autoritaire stijl de enige mogelijkheid is om zijn gezag te handhaven. Hoe belangrijk de manier is waarop je met jouw medewerkers omgaat, leerde ik bij mijn eerste bedrijf. Nog voordat ik er eigenaar van was.’

Van groentje naar leidinggevende positie

‘Nog een groentje was ik toen ik op 20-jarige leeftijd begon bij een afbouwbedrijf in mijn woonplaats Volendam. Ik was er werkvoorbereider, maar ontgroeide al vrij snel de afdeling en mocht ‘naar buiten’. Door mijn enthousiasme pikte ik de problemen en oplossingen vrij snel op en rolde gemakkelijk in een rol als ‘troubleshooter’, probleemoplosser. Ik maakte makkelijk contact met mensen en door goed te luisteren en door te vragen bleken grote problemen meestal niet zo groot. Waar ervaren uitvoerders soms maanden worstelden met een vastgelopen project, lukte het mij meestal vrij snel tot een oplossing te komen.’

Vanuit die positie lukte het Keizer om snel op te klimmen binnen het bedrijf: ’De rol die ik kreeg en de manier waarop ik met mensen omging was bijzonder. De toenmalige eigenaar was een baas van de oude stempel. Denk type grote Volendammer met twee paar vuisten, die hij graag inzette om zijn gelijk te halen. Niet alleen tegenover zijn personeel sloeg hij er geregeld mee op tafel, ook mede-directeuren en zelfs grote klanten moesten het met enige regelmaat ontgelden. Niet mee eens? Dan kon je vertrekken. Leidinggeven oude stijl, gebaseerd op angst en weinig vertrouwen.’

Ook geen traditioneel leiderschap: Voys.

Het bedrijf van Mark Vletter wordt gerund zónder manager. In zijn organisatiemodel bestaan geen management en functies meer, maar werken ze met rollen.

Nog geen dertig jaar oud en eigenaar van een groot bedrijf

‘Ik had mij voorgenomen het anders te doen, mocht ik ooit een eigen bedrijf hebben. En die kans kreeg ik al vrij snel. Nadat ik kon opklimmen werd ik op mijn 26e commercieel directeur. Nog eens anderhalf jaar later werd ik één van de vier nieuwe eigenaren van het bedrijf. Nog geen dertig jaar en zonder een idee hoe ik het moest doen, maar ik wist dat het een succes zou worden.’

Keizer pakte het als kersverse directeur slim aan: ’Op mijn eerste dag als eigenaar heb ik al mijn medewerkers bijeengeroepen en hen verteld hoe ik dacht over de stijl van leidinggeven van mijn voorganger. Ik was niet van plan die voort te zetten. Per slot van rekening weet iedereen zelf het beste hoe hij zijn werk goed moet doen. Ik zou iedereen hard nodig hebben om het tij te laten keren en het bedrijf weer te laten groeien. Maar wat het belangrijkste was: ik wilde laten zien dat ik mijn medewerkers vertrouwde.’

En met succes: binnen enkele weken voltrok zich voor de ogen van Keizer een verandering op de werkvloer en daarbuiten. Voor het eerst in lange tijd ontving het bedrijf weer aanbevelingen van klanten, nam de teamtevredenheid toe en daalde het verloop en ziekteverzuim. Met als resultaat een stijgende omzet en winst! Keizer: ‘Mijn les aan andere ondernemers: vertrouw je medewerkers. Je kunt het nooit alleen doen. En wanneer je anderen vertrouwen en vooral verantwoordelijkheid geeft, dan zullen ze die ook pakken.’

Nog nooit zo leuk gewerkt!

‘Het bewijs? Dat kwam later van één van mijn oudere medewerkers. Sijmen is een echte West-Fries, een grote norse man, harde werker en niet zo spraakzaam. Al ruim 40 jaar werkt hij in ons bedrijf. Is er stukadoor en uitvoerder geweest en heeft alle eigenaren meegemaakt. Enkele maanden na mijn aantreden stond hij op een vrijdagmiddag in de deuropening van mijn kantoor. Ik zat in een té grote directiestoel, achter een té duur bureau mijn werk te doen, toen Sijmen mij vroeg of hij binnen mocht komen. Enigszins verrast door zijn bezoek bereidde ik mijzelf voor op een terechtwijzing of een flinke uitbrander! In zijn stoffige werkkleding plofte hij neer in een stoel tegenover mij, keek me aan en zei: ‘Klaas, ik weet niet wat je aan het doen bent. Maar ik wilde je even zeggen dat ik nog nooit zo leuk heb gewerkt als nu!’ ‘