Vertraging en extra kosten door onvoorziene omstandigheden

‘De passie bleek gelukkig groter dan de frustratie’

Toen Marina Ahold (29) de kans kreeg om mede-eigenaar te worden van een bar-restaurant met een uniek concept in Nijmegen, greep ze die met beide handen aan. Een doortimmerd bedrijfsplan, een begroting met een flinke financiële buffer… Alles was op orde. Tot de gemeentelijke bureaucratie de opening enorm vertraagde. 

‘Ik werkte al ruim 10 jaar in de horeca. In mijn studententijd als afwashulp en medewerker bediening, later bij een cateringbedrijf, waar ik me bezighield met de personeelsplanning, boekhouding en de inkoop van producten. Na verloop van tijd wilde ik zelf gaan ondernemen. Die kans bood Alexander, een Amerikaanse vriend van mij. Hij was in juli 2015 begonnen met het opzetten van Combo Mambo. Toen Alexander in december vroeg of ik als mede-eigenaar in de VOF wilde komen, twijfelde ik geen moment.’

Gerechten op maat, dus geen verspilling

‘Combo Mambo staat voor gezond, lokaal en duurzaam. Geen verspilling door het weggooien van eten op te volle borden, maar de gasten laten aangeven wat ze voor hun tapas willen betalen en daar de porties op afstemmen. Bier komt van de plaatselijke brouwerij, sapjes van een regionale fruitteler. We richten ons op zowel studenten, gezinnen als senioren en organiseren daarvoor van alles, van proeverijen en presentaties, tot dansworkshops, taalmeetings, karaoke- en bingoavonden. Steeds meer mensen weten ons inmiddels te vinden. En dat was precies waar we ons aan vasthielden, in die laatste gekmakende periode voor de opening.’

Spoed bleek bij de gemeente heel betrekkelijk

‘De drank-horecavergunning bleek bij ons de bottleneck. We waren aanvankelijk van plan om die van de vorige eigenaar over te nemen. Maar dat verliep minder soepel dan verwacht. De uitbater zou dan steeds aanwezig moeten zijn, en dat was niet mogelijk, omdat hij elders een ander bedrijf had opgezet. We kozen daarom voor een eigen vergunning, via een spoedaanvraag. En vanaf dat moment ging het mis. Want die spoed bleek bij de gemeente heel betrekkelijk.’

Staan we er nog hetzelfde in?

‘Men deed een achtergrondcheck, in het kader van de wet Bibob. Wij kwamen op gesprek, leverden het papierwerk aan, waren volledig transparant. Het bekijken van de stukken mag tussen de 6 en 12 weken duren. Doordat Alexander en de investeerder niet de Nederlandse nationaliteit hebben, kregen wij tweemaal zo’n onderzoek. We konden niet open, maar de huur liep gewoon door. Het aan te nemen personeel moesten we telkens teleurstellen. Weer een maand verder, en nog 1, en nog 1. Geregeld tastten we bij elkaar af of we er nog wel hetzelfde in stonden. De passie bleek gelukkig groter dan de frustratie.” 

We zagen de buffer behoorlijk slinken

‘Bij ondernemen hoort het nemen van risico’s. Die hadden we in onze begroting goed ingecalculeerd. Zo hielden we vooraf rekening met extra kosten bij de verbouwing, apparatuur die op een later moment stuk zou kunnen gaan. We hadden een flinke buffer, maar die zagen we door de vertraging behoorlijk slinken. Dit debacle heeft ons tienduizenden euro’s gekost. Doordat ik later in het bedrijf was gestapt en we in januari 2016 de verzekeringen hadden afgesloten, konden we nog geen aanspraak maken op de rechtsbijstand. Via de aansprakelijkheidsverzekering waren we wel gedekt voor de personeelskosten.’

Toch nog een redelijke omzet genereren

‘Terugkijkend denk ik niet dat we het anders hadden kunnen doen. Deze omstandigheden waren onvoorzien. Andere startende ondernemers in deze branche raad ik aan: bedenk van tevoren goed hoe je het met de drank-horecavergunning aanpakt. Vraag je ’m zelf aan, doe dat dan op tijd, omdat de gemeentelijke bureaucratie de boel flink kan afremmen. We konden uiteindelijk in april open. En werken nu keihard. Voor de naamsbekendheid doen we veel aan promotie, zodat we dit jaar toch nog een redelijke omzet kunnen genereren. De Vierdaagse zorgde gelukkig voor veel klandizie. We zijn blij dat we de moed niet hebben opgegeven!’