Wereldondernemers - Uitzendbureau-eigenaar Anis Jadib

‘Omarm je cultuur, maar verschuil je er niet achter’

Nederland kent bijna 200 nationaliteiten. Mensen die in een ander land geboren zijn, of van wie de ouders niet uit Nederland komen. Wat betekent die verscheidenheid aan achtergronden voor het Nederlandse ondernemerslandschap? In de serie Wereldondernemers spreken we met gepassioneerde ondernemers met een buitenlandse achtergrond. Wat doen zij dankzij hun achtergrond anders als ondernemer?

Anis Jadib (35) groeide op in een Marokkaans gezin en dacht lange tijd dat succes alleen iets was voor blanke mensen. Inmiddels runt hij het succesvolle uitzendbureau Werkplan en laat hij zien dat een buitenlandse afkomst ook een voordeel kan zijn. ‘Ik heb jong geleerd om overal voor te knokken, dat helpt me nog steeds elke dag.’

Anis Jadib (35)

Afkomst: Marokkaans

Wat? Uitzendbureau Werkplangroep, Surveillantenbureau en recruitmentbureau Top van Nederland

Is? Ondernemer en eigenaar van drie bedrijven

Belangrijkste les? Maak van je nadeel je voordeel en onderneem vanuit passie en niet alleen vanuit economische grondslag

Welke invloed heeft je afkomst gehad bij het starten van je onderneming?

‘Als jonge jongen groeide ik op in 2 werelden. Mijn vader zei altijd: “Het is werken, naar school of het huis uit. Ik heb niet vriend en vijand verslagen, zodat jij op je luie kont kan zitten.” Door mijn afkomst leerde ik dat ik harder moest lopen. Net als alle allochtone kinderen in mijn klas was het moeilijk om een stageplek te vinden. Zelfs toen ik mijn diploma had, kwam ik niet veel verder dan een baan als schoonmaker of tomatenplukker. Natuurlijk is het verleidelijk om dan te denken: zie je nou wel, mensen zijn racistisch. Maar zodra je jezelf zielig vindt, heb je verloren. Ik werd juist strijdlustiger. Op mijn stageplek werkte ik keihard om mijzelf te bewijzen. Toen er een vacature vrijkwam, was ik de 1e die ze belden. In 5 jaar werkte ik mij op van magazijnmedewerker tot afdelingsleider. Mijn ouders stonden te juichen op de bank toen ze hoorden dat ik een kantoorbaan had. 13 jaar geleden kreeg ik de kans om een, toen nog nietszeggend, uitzendbureau over te nemen. Mijn ouders snapte niet dat ik koos voor onzekerheid.’

Welke les wil je andere allochtone ondernemers meegeven?

‘Omarm je cultuur, maar verschuil je er niet achter. Het is heel menselijk om te zoeken naar herkenning. Op een netwerkborrel zijn er vast meer mensen die last hebben van hun buitenlandse achternaam. Maar stap eens buiten die comfortzone en kijk wat er daar te ontdekken valt. Ook ik had allochtone vrienden die het verkeerde pad op gingen, omdat ze teleurgesteld waren in de maatschappij. Zelf heb ik ook lange tijd gedacht dat succes alleen iets voor blanke mensen was. Maar af en toe kom je iemand tegen die je iets gunt, die kansen moet je grijpen. Dat geldt voor de opstart van mijn bedrijf, maar nu nog steeds. Zover als de geschiedenis reikt, hebben mensen nog nooit iets alleen bereikt. Voor allochtonen is het lastiger om de juiste mensen om je heen te verzamelen. Van jongs af aan leerde ik om extra hard te lopen, daar pluk ik nu de vruchten van. Als er iets hard werken is, dan is het ondernemen.’

Hoe ga je om met risico’s van het ondernemen?

‘Ik begeef me niet meer in de grote risicozones. In het verleden heb ik dat wel gedaan. Je leert pas omgaan met succes als je het verliest. Nu weet ik dat het belangrijk is om je geluk niet op te hangen aan succes. Als het wegvalt, heb je niks. Toen de zaak begon te lopen, vond ik mijzelf heel wat. Ik trok een te grote broek aan, dacht dat ik onsterfelijk was. Geld was mijn focus; hoe meer hoe beter. Ik gaf veel te veel uit, toen ging het mis. Het had weinig gescheeld of ik was failliet gegaan. Vroeger dacht ik dat een onderneming alleen kon groeien uit economische grondslag. Nu weet ik dat je ook kunt groeien uit passie. Ik ben anders gaan ondernemen en sta ook anders in het leven. Mijn voldoening haal ik uit het feit dat ik anderen help met mijn bedrijf. Ik kies ervoor om niet te digitaliseren ook al zou ik meer verdienen. Uitbreiden doe ik niet zo snel; ik bewaak mijn bedrijfscultuur. We zijn als een familiebedrijf zonder bloedbanden en daar ben ik trots op.’