Je pensioen moet je zelf doen

Hoe zorg je als zzp’er ervoor dat je straks een belegde boterham hebt? Om te kunnen stoppen met werken op pensioengerechtigde leeftijd moet je nu voorbereidingen treffen. Wat zijn je opties? 

Hoe leuk het ook is om zelfstandig ondernemer te zijn, vaak worden zzp’ers schertsend neergezet als zelfstandigen zonder pensioen. Dat klopt tot op zekere hoogte: volgens een onderzoek van de overheid onder zzp’ers bouwt de helft van de zelfstandigen minder pensioen op dan werknemers in loondienst. Zelfstandige professionals die niet aanvullend voor hun pensioen sparen, kunnen na hun wettelijke pensioenleeftijd alleen maar rekenen op een AOW-uitkering. Dat is voor de meesten niet genoeg om helemaal te stoppen met werken.

Denk vroeg na over later

Je weet natuurlijk nooit wat de toekomst je brengt. Toch is het verstandig om al vroeg over je verwachtingen, wensen en mogelijkheden na te denken. Een hoop zaken zijn van invloed op welk pensioen bij je past. 

Verwacht je bijvoorbeeld ooit weer in loondienst te gaan? Is de kans aanwezig dat dat nooit meer gebeurt? Wanneer wil je stoppen met werken? Kun je je huidige werk wel volhouden tot je pensioen, of is het lichamelijk uitputtend?

Ook dingen die niet direct met je werk te maken hebben, zijn belangrijk. Ben je bereid je woonsituatie en uitgavenpatroon aan te passen in de toekomst, wanneer dat nodig is? Verwacht je dat je partner een stabiel inkomen, al of niet uit pensioen, zal hebben?

Pensioenstelsel voor zelfstandigen

Het Nederlandse pensioenstelsel is overzichtelijk als je in loondienst bent: je krijgt vanaf je pensioengerechtigde leeftijd een AOW-uitkering. Daar bovenop draag je samen met je werkgever premies af aan een aanvullend pensioenfonds; de zogenaamde tweede pijler. Wat je verder nog bijspaart is mooi meegenomen. 

Voor zelfstandige professionals werkt het iets anders: je hebt net zo goed recht op AOW, maar je klanten dragen geen premies af voor jouw aanvullende pensioen. De tweede pijler is voor zelfstandigen niet relevant. Alles wat je dus bovenop de AOW spaart, moet je zelf apart zetten. Pensioensparen doe je voor eigen rekening.

Sparen en laten groeien

Als jij de gemiddelde levensverwachting van 81 jaar waarmaakt, zul je na je 67e nog veertien jaar leven. Voor die veertien pensioenjaren – en waarom niet nog vele jaren meer? – moet je 45 jaar lang werken. De vuistregel dat je elke week een werkdag voor je pensioen werkt, is dus zo gek nog niet. Zet veel geld opzij en begin vroeg met sparen: hoe eerder je spaart, des te meer je met rendement je pensioenpotje vult. Houd als zelfstandige professional sowieso in je uurtarief rekening met je oudedagreserve.

Banksparen of lijfrente

Nu zijn er al langer pensioenproducten voor zelfstandige professionals. Sommige beroepsgroepen (bijvoorbeeld in de medische sector) hebben al heel lang eigen pensioenfondsen, maar de meeste zelfstandigen moeten zelf een spaarpot optuigen. Dat kan met eigen beleggingen (in vastgoed, in aandelen, obligaties of op de bank), via bankspaarproducten of lijfrentepolissen. Met banksparen of een lijfrentepolis spaar je belastingaftrekbaar en krijg je pas met de fiscus te maken op het moment van uitkering – net als bij een tweedepijlerpensioen. Nadeel van beide spaarvormen is dat ze weinig flexibel zijn: tussentijds stoppen is meestal niet mogelijk zonder hoge kosten.

Zzp-pensioenen en flexibiliteit

De zzp-pensioenoplossingen die de laatste jaren zijn ontwikkeld, vormen een flexibele keuze. Je kunt als zelfstandige professional zelfs flexibeler sparen dan als werknemer in loondienst. Tussentijds uitstappen is bij de meeste producten mogelijk en ook de hoogte van je inleg bepaal je zelf. Om een passend inlegbedrag te bereken, vind je op de sites van de aanbieders handige tools.

Andere voordelen van het zzp-pensioen, zijn:

  • Je kunt je spaarbedrag ook voor andere doelen inzetten, zoals arbeidsongeschiktheid.
  • Bij jouw overlijden kunnen de rechten overgaan op nabestaanden.
  • Je hoeft je spaarpotje niet op te eten als je in de bijstand terecht komt.

Dat laatste geldt sinds midden 2015 voor alle pensioenreserves die je als zelfstandige opbouwt: tot 250.000 euro hoef je die niet aan te spreken. Dat klinkt als een hoog bedrag, maar als je als zelfstandige daarvan twintig jaar wil leven, gaat het om net meer dan duizend euro per maand.

Nadelen van een zzp-pensioenregeling, zijn er ook:

  • De uitkering is niet levenslang, maar aan een zelf gekozen uitkeringsperiode gebonden. Is je potje leeg, dan stopt de uitkering en val je alsnog terug op alleen je AOW.
  • Je hebt geen of weinig inspraak in de soorten beleggingen die je fonds doet.

Alternatieven

Als ondernemer kun je je natuurlijk altijd verdiepen in alternatieven. Eenmanszaken mogen een fiscale oudedagsreserve opgeven, wat ze in staat stelt nu minder belasting te betalen. Vraag je belastingadviseur of dat voor jou verstandig is.

Of toch zelf doen?

Waarom zou je als zelfstandige professional niet bijvoorbeeld je hypotheek aflossen? Of, als je al verder bent, je vermogen beleggen in een tweede huis? Of in aandelen, waar je zelf in handelt? Volgens het hierboven genoemde overheidsrapport bezitten zelfstandigen aan het eind van hun werkende leven meer vermogen dan werknemers in loondienst – vooral in de vorm van vastgoed. Als zelfstandige ben je niet voor niets ondernemer. Misschien is een gezonde dosis ondernemerschap voor jou de oplossing voor je eigen pensioenvraagstuk.