Prinsjesdag 2016: dit zijn de 3 belangrijkste wijzigingen voor werkgevers

De zware economische tijden liggen achter ons, dat was de boodschap van het kabinet op Prinsjesdag 2016. De financiën zijn op orde, de economie groeit en de werkloosheid daalt. ‘Goed werk’ en ‘kansen voor iedereen’ zijn kernwaarden voor 2017. betekent dit voor werkgevers? Wij zetten 3 belangrijke punten uit de Miljoenennota voor je op een rij. 

Walter Lammerse is beleidsadviseur Sociale Zekerheid bij Achmea en ziet vooral veel positieve maatregelen voor werkgevers. ‘De koopkracht gaat voor bijna iedereen omhoog, en dat is goed nieuws voor bedrijven en medewerkers. Maar voor werkgevers ziet het er komend jaar op meer fronten goed uit.’ 

Transitievergoeding bij ziekte

Werkgevers die een zieke medewerker na 2 jaar ontslaan, moeten nu nog een transitievergoeding betalen. Dat kan flink in de kosten lopen, logisch dus dat veel werkgevers hier niet blij mee waren. Die transitievergoeding voor zieke medewerkers wordt afgeschaft. Niet direct, maar er komt een wet, waarbij de werkgever compensatie krijgt uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

Re-integratie

Goed werk betekent volgens het kabinet dat ook kritisch wordt gekeken naar de loondoorbetaling en re-integratie bij ziekte. Het kabinet wil de beoordeling van re-integratietrajecten begrijpelijker en voorspelbaarder maken. Zo wordt voorkomen dat een re-integratietraject slechts wordt gestart ter voorkoming van een loonsanctie. Walter Lammerse: ‘Tot nu toe was het zo dat werkgevers een re-integratietraject opstartten uit angst hier later voor te worden afgestraft door UWV. Dat hoeft straks niet meer.’ Ook het voorkomen van ziekte moet van het kabinet meer aandacht krijgen. De onafhankelijke positie van de bedrijfsarts wordt versterkt en de toegankelijkheid beter geborgd.

Lage inkomensvoordeel

Een voordeel voor de werkgever is het lage inkomensvoordeel. Een zogenaamde LIV (lage-inkomensvoordeel) moet de arbeidsmarktkansen voor mensen met een laag inkomen (het minimumloon of net iets meer) vergroten. Een medewerker in dienst hebben met een laag inkomen wordt aantrekkelijker. Werkgevers krijgen hier een compensatie voor van de Belastingdienst, zodat de loonkosten van zo’n medewerker dalen.

Verhoging minimumjeugdloon

Een punt dat minder gunstig uitpakt voor de werkgever maar jeugdigen in loondienst helpt: de verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon. Walter Lammerse: ‘Tot nu toe gold het minimumjeugdloon tot een leeftijd van 23 jaar. Dat gaat naar 21 jaar en dit betekent dat werkgevers vanaf die leeftijd een volwaardig minimumloon moeten betalen.’ Ook gaat het minimumjeugdloon dat moet worden betaald aan medewerkers van 19 tot 21 jaar omhoog. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar een wettelijk minimum uurloon zodat het minimumloon niet meer afhangt van de arbeidsduur.

Meer weten over de wijzigingen voor werkgevers in 2017? Download hier kosteloos de nieuwste versie van het E-book ‘Wegwijs in Arbeidsvoorwaarden’.

Álle wetten en regels, veelgestelde vragen en slimme tips rondom arbeidsvoorwaarden in één naslagwerk