Zwangerschapsverlof: de regels op een rij

Een medewerker die zwanger is, heeft recht op verlof en een uitkering. Maar wat zijn precies de regels en wie betaalt dit verlof? David Krommendijk van Beryl Personeel bv[link] legt de regels uit. 

Meteen nadat een medewerker heeft verteld dat zij zwanger is (uiterlijk 3 weken voordat het verlof ingaat) moet je als werkgever bij UWV de uitkering aanvragen. In de praktijk betaalt de werkgever het loon gewoon door en krijgt hij van UWV een uitkering van 100% van het nettoloon. De werkgeverslasten worden niet gedekt. Als iemand meer dan het door UWV gestelde bruto dagloon van € 202,17 verdient, betaal je als werkgever de aanvulling. Een zwangerschapsverlof kost een werkgever dus zeker geld.

Zwangerschapsverlof, hoe lang?

Een zwangerschapsverlof duurt minstens 16 weken en bestaat uit zwangerschapsverlof vóór de bevalling en bevallingsverlof erná. Als werkgever mag je het verlof niet weigeren. Vanaf 1 april 2016 krijgen vrouwen die meer dan 1 kind verwachten tot 4 weken extra zwangerschapsverlof. Als een baby lang in het ziekenhuis heeft gelegen, bestaat de mogelijkheid dat de moeder extra verlof krijgt.

Belangrijk: uitgerekende bevallingsdatum

Let erop dat je van je medewerker een verklaring van haar arts of verloskundige krijgt met de uitgerekende bevallingsdatum. Die is nodig om de start en de duur van het verlof te bepalen. Het zwangerschapsverlof begint normaal gesproken uiterlijk 4 weken voor de uitgerekende datum. De medewerker heeft recht op 6 weken zwangerschapsverlof voor de bevalling. Ze mag de dagen die ze niet heeft opgenomen van het verlof vóór de bevalling meenemen naar het verlof ná de bevalling. Dit bevallingsverlof duurt minimaal 10 weken. Ook als de baby te laat wordt geboren krijgt de medewerker 10 weken bevallingsverlof. Het hele verlof duurt in dat geval dus langer dan 16 weken.

Bevallingsverlof in delen opnemen

Sinds 2015 kunnen vrouwen de laatste weken van het bevallingsverlof in delen opnemen. Dit kan met het verlof dat overblijft na 6 weken na de bevalling. In overleg met de werkgever mogen zij het resterende verlof uitsmeren over 30 weken. Een medewerker moet dit dan wel binnen 3 weken na de bevalling bij de werkgever aanvragen. Je bent als werkgever verplicht om hier binnen 2 weken een beslissing over te nemen en mag het alleen weigeren als dit problemen oplevert voor de bedrijfsvoering.

Alles over zwangerschapsverlof en bevallingsverlof lees je op de website van de Rijksoverheid.